Gezonde redenen om een ander hulp te bieden

Gezonde redenen om een ander hulp te bieden

11.06.2022
| Els van Steijn De fontein

Niets menselijkers dan een ander die het moeilijk heeft te willen helpen, toch? Je kan veel over jezelf en je familiesysteem te weten komen als je de ware psychologie achter jouw ‘helpers rol’ durft te ontrafelen… 

Wat zijn gezonde redenen om een ander hulp te bieden

Helpen doe je zowel voor jezelf als voor de ander. Behulpzaamheid kan voortkomen vanuit een innerlijke kernwaarde. Helpen geeft energie en kracht, mits de hulp gepast is en iedereen in zijn waarde wordt gelaten. Als jij je betuttelend en betweterig gedraagt als helper, laat dat weinig waardigheid over aan de ontvanger. De motivatie om te helpen kan ook voortkomen vanuit een veelal ongeschreven groepsnorm: Je hoort bij de groep als je behulpzaam bent. Of juist het tegenovergestelde: Je bent een ‘softie’ en niet stoer als je een ander helpt. Dan wordt iemand juist afgerekend op helpen. Zo ‘verdien’ je je plek in de groep of stel je die veilig. Je hoort er dan bij. Een andere reden om te helpen heeft te maken met wederkerigheid. De wetmatigheid is dat geven en ontvangen een constante uitwisseling en vereffening moet zijn, wil een relatie voedend en gelijkwaardig zijn. Dus door te geven wil je op onbewust niveau eigenlijk ontvangen (tenzij je over een zeer hoog bewustzijnsniveau en stil ego beschikt). Door te helpen (= geven) komt de ander bij je in ‘de schuld’ te staan, waardoor jij je belangrijk, vrij en veilig voelt. In essentie durf je dan niet de verbinding aan te gaan, want de ander staat bij je in het krijt. Door te geven start een ‘transactie’ tussen mensen, ongeacht hoe zuiver de motivatie erachter is.

De neiging om graag te willen helpen is dus heel individueel bepaald en bovendien kunnen hieraan tegelijkertijd diverse redenen ten grondslag liggen. Soms help je jezelf door de ander te helpen. Soms heb je het niet eens door dat je helpt of dat jij wordt geholpen. Hopelijk ben je in staat om te helpen vanuit een oprecht medeleven en medemenselijkheid, en niet vanuit medelijden. Je loopt anders het risico dat het een zogenaamde ‘ouder-kindrelatie’ wordt in plaats van een gelijkwaardige relatie op volwassen niveau.

Is graag hulp willen bieden aan de ander verbonden met je familiesysteem?

De behoefte om te willen helpen kan te maken hebben met patronen uit je familiesysteem van herkomst. Wellicht heb je voor je ouders gezorgd en verantwoordelijkheid overgenomen die niet van jou is. Dan is geven voor jou veel makkelijker dan ontvangen. Het patroon vanuit je familiesysteem herhaalt zich vervolgens in je huidige leven. Dus als je gewend bent om structureel hulp, troost en afleiding te bieden aan bijvoorbeeld een ouder, vertaalt zich dit patroon ook door in je relaties en in je werkende leven. Hoe dit verder doorwerkt, kun je lezen in mijn boek De fontein, vind je plek.

Hoe weet je uit welke bron jouw behoefte komt om iemand te helpen?

Door genadeloos eerlijk naar jezelf te zijn. Als de erkenning van buitenaf uit mag blijven zonder dat je dat raakt en je hebt je hulp met hart en ziel gegeven, dan heb je gehandeld vanuit een kernwaarde. Kun je het slecht uithouden als niemand zou weten welke hulp je hebt geboden? Dan is de kans groot dat je motief om behulpzaam te zijn minder zuiver is dan het er aan de buitenkant uitziet. Kun je het verdragen dat het jou goed gaat en de ander niet? Zorg je door te helpen ervoor dat het verschil tussen jullie dan kleiner wordt? Wie help je dan in essentie? Merk je dat je patroon is dat je makkelijker geeft dan ontvangt? Dan loop je het risico dat dit uiteindelijk ontaardt in een burn-out. Je bent zo gewend om een ander op de eerste plek te zetten in plaats van jezelf. Dit is uiteindelijk zeer ongezond. In dit geval kun je meestal prima verantwoordelijkheid dragen voor de ander, maar kun je het ook voor jezelf? Wat je mogelijk te leren hebt, is ‘nee’ zeggen en het tijdig aangeven van je grenzen. Dan ga je je wel ‘schuldig’ maken en dat heb je uit te houden. Destijds was dit patroon vermoedelijk een overlevingsmechanisme, maar de vraag is of dit patroon in het hier en nu nog nodig en behulpzaam is.

Wanneer is het zaak jezelf bij te sturen als helpen een saboterende kracht wordt?

Helpen wordt enerzijds een saboterende kracht als je er zelf aan onderdoor gaat. En anderzijds als je de ander de kans ontneemt om bij zijn veerkracht te komen en voor hem of haar gaat dragen wat hij of zij zelf kan en moet dragen. Bert Hellinger, de geestelijke vader van het systemische werk, heeft 5 principes geformuleerd over De kunst van het helpen. Dit zijn de principes uit zijn gelijknamige boek:

  1. Je geeft slechts dat wat je hebt en als ontvanger neem je ook alleen dat wat je nodig hebt. 
    Als je meer geeft dan je hebt, moet jij uiteindelijk zelf worden geholpen omdat je ‘op’ bent. Als je meer aanneemt van de helper dan je nodig hebt, gebeurt dit vaak niet zozeer omdat je het zelf nodig hebt, maar omdat je de helper wilt helpen, die het niet uit kan houden dat het jou niet goed gaat.
  2. Het helpen voegt zich naar de omstandigheden en als de omstandigheden dat toelaten. Dit helpen is ingehouden en heeft kracht.
    Hiermee wordt de veerkracht van de ander geactiveerd. Vergeet niet om eerst voor je eigen veiligheid te zorgen. Dit is overigens geen uitnodiging om weg te kijken. Heb oog voor de problemen van een ander en handel als dat gepast is op een effectieve en zinvolle wijze, waarbij je je ego thuislaat.
  3. De helper bejegent een volwassene ook als een volwassene.
    Je maakt jezelf te groot en belangrijk als je jezelf als superieur ten opzichte van een ander positioneert. Je bent dan onvoldoende bereid jezelf als gelijkwaardige in de wereld neer te zetten.
  4. De helper is gericht op het systeem van de ander en minder op de persoon zelf. 
    Hiermee ga je in mindere mate een persoonlijke binding aan met degene die je helpt, maar je versterkt het grotere geheel, waar de geholpene onderdeel van uitmaakt.
  5. De helper opent zonder enig oordeel het hart voor ieder mens.
    Wie werkelijk helpt oordeelt niet. Als dat lastig is, word je geraakt in je eigen thema’s. Dat is van jou en niet van degene die je helpt.

Kortom, word je bewust hoe jij in je rol als helper of geholpene staat. En zorg daarbij dat je stevig op jouw plek in ‘De fontein’ staat en je de ander zijn of haar plek gunt. Dan zul je merken dat je de kunst van het helpen op een steeds hoger niveau verstaat.’

Is het belangrijk om de balans tussen geven & ontvangen in de gaten te houden bij het bieden van hulp?

In mijn tweede boek De fontein, maak wijze keuzes beschrijf ik het volgende:

Het is niet erg als geven en ontvangen tijdelijk uit balans zijn. Evenmin hoeft het geven en ontvangen in dezelfde hoedanigheid te worden uitgewisseld. Stel, iemand is lichamelijk of geestelijk niet in staat om iets terug te doen, dan is het tonen van dankbaarheid aan degenen die voor je klaarstaan een manier om te vereffenen. Of die persoon geeft je een compliment hoe handig je iets hebt aangepakt. Maar dan moet de ontvanger wel in staat zijn om die dankbaarheid of het compliment te ontvangen. Dit is, hoe vreemd het ook klinkt, een manier om de ander zijn of haar waardigheid te laten behouden. Vaak wuif je iets weg met ‘het was een kleine moeite’ of ‘het is niets’. Dan groeit de relatie scheef en zal de ander steeds minder van je willen ontvangen om de balans nog enigszins in het gareel te houden.

Kun je alleen iemand helpen als diegene zelf om hulp vraagt?

Als iemand erkent dat hij of zij hulp nodig heeft, is dat een eerste constructieve stap in het aankijken van wat aangekeken moet worden. Soms is de pijn nog niet groot genoeg of de winst om te veranderen nog te klein, waardoor de hulp nog niet kan worden aangenomen. Dat heb je uit te houden als helper, want hoewel je hulp kunt opdringen wil dat niet zeggen dat de hulp echt wordt aangenomen. Dan voel je je heel machteloos. Dat is jouw machteloosheid en niet van degene die de hulp weigert, dus houdt deze primaire emotie uit. Let erop dat je deze primaire emotie (machteloosheid) niet omzet in een niet constructieve secundaire emotie naar de hulp-weigeraar (bijvoorbeeld boosheid).

Accepteer dat het jou goed gaat terwijl het niet altijd goed zal gaan met die ander. Het lijkt dan vaak makkelijker om jezelf kleiner te maken en in te houden, in plaats van je leven vol te leven. Systemisch gezien leidt dat nergens toe. Integendeel, als jij het jezelf niet goed laat gaan terwijl dat niet nodig is, bestaat de kans dat er nog een onnodig slachtoffer van de situatie valt. En dat is nergens voor nodig en te voorkomen. Wanneer ga je ingrijpen? Wees eerlijk naar jezelf. Is de situatie voor jou niet om uit te houden of voor degene die eigenlijk hulp nodig heeft? Of word je geraakt in een persoonlijke waarde waardoor je actie wilt ondernemen. Of handel je van ‘wat u (niet) wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander (niet). Jij moet door je keuze je zelfrespect kunnen bewaren. Wat is dan een wijze keuze? Schakel indien nodig professionals in.

Hoe help je iemand als er geen perspectief meer is op verbetering?

Sommige wonderen bestaan niet,’ werd mij ooit verteld toen bleek dat ik definitief kinderloos zou blijven. Een oprechte vraag ‘Hoe gaat het met je?’ volstaat dan. Blijf vervolgens stil en zorg voor oogcontact. Geef ruimte en luister onbevooroordeeld. Vul niet iets in voor de ander. Wellicht is iemand opgelucht in plaats van dat er sprake is van rouw. Mogelijk heeft de rouw al plaats gevonden bij elk slecht-nieuws-bericht in de voorafgaande periode. Ik had op die vraag bijvoorbeeld kunnen antwoorden, dat ik vooral blij was dat de tergende onzekerheid voorbij was en dat ik me niet voldoende had gerealiseerd hoe die onzekerheid aan me knaagde. Vraag dus door op respectvolle wijze en wees niet bang dat je daarmee iemand kwetst. Het is vaak pijnlijker voor de ander om zich niet gehoord te voelen, dan die eventuele nieuwsgierige of onbeschaamde vraag te beantwoorden. De ander kan sowieso altijd zeggen, dat hij er niet verder op in wil gaan. Blijf zelf in de volwassen rol en behandel de ander ook als zodanig.

Zorg ook dat je niet te veel gaat troosten. Troosten gebeurt vaak omdat je zelf onvoldoende raad weet met je eigen emoties. Dan ga je goedbedoelde adviezen geven, oplossingen aandragen of vertellen dat het allemaal zo erg niet is en dat het vast weer goed komt. Dit maskeert je eigen ongemak. Je ontneemt hiermee echter de ander de kans om de primaire emoties van de pijn te verwerken. Een primaire emotie is verbonden aan een gebeurtenis of wond en heeft de karakteristiek dat hij je schoon maakt vanbinnen. De scherpe kantjes gaan dan van de gebeurtenis af, waardoor je een thema of vraagstuk pas echt hebt verwerkt. Verwerken doe je namelijk op twee niveaus: Op rationeel niveau en op primair emotioneel niveau in je lichaam.

Waarom is een ander helpen zo prettig? En hoe kun je jezelf ontvankelijker maken voor hulp?

Ken je de zogenaamde ‘dramadriehoek van Karpman’? Die beschrijft de dynamiek tussen een redder, een slachtoffer en een aanklager. De redder onderschat de capaciteit van de ander om voor zichzelf te denken. De redder is meestal extreem behulpzaam, opofferend en wil graag nodig zijn. De redder biedt ongevraagd hulp aan en probeert anderen daarvan afhankelijk te maken. Het slachtoffer haalt zichzelf naar beneden en voelt zich vaak onderdrukt, hulpeloos en klaagt over niet voldane behoeften. Depressieve gevoelens zijn ook vaak aanwezig. Het slachtoffer stelt zich angstig en passief op en voedt daarmee het redders- of aanklagersgedrag van anderen. De aanklager onderschat andermans kunde en integriteit. De aanklager is over het algemeen boos, agressief en oordelend. Dit kan neigen naar woede. De aanklager probeert de schuld bij iemand anders neer te leggen. In welke rol herken jij jezelf het meeste? En schiet je wel eens van de ene rol in de andere rol (en weer terug)? Wat zou je kunnen doen om eruit te komen? Een advies: Hoe meer je met je eigen thema’s aan de slag gaat, hoe beter je uit de dramadriehoek zult blijven. Goed op je eigen en unieke plek in ‘De fontein’ staan, vergemakkelijkt dit proces aanzienlijk.

Wil je nog een laatste wijze raad meegeven?

Veel coaches, therapeuten en psychologen etc. zijn vaak zelf ‘opgestegen’ in de fontein. Ik was daarop geen uitzondering. Ik was boven mijn ouders komen te staan in die onzichtbare fontein, die bestaat uit meerdere generatiebakken die elkaar bevloeien. In de bak boven mijn ouders nam ik in mijn familiesysteem verantwoordelijkheid over die niet van mij was. Het patroon uit de fontein herhaalt zich in de rest van je leven, dus ook in je professionele leven. Sinds ik stevig op mijn eigen plek in de fontein sta (in de kindsbak onder mijn ouders), ga ik niet meer trekken en duwen aan cliënten. Ik zet mijn professionaliteit in en als het niet linksom kan, dan ga ik het rechtsom doen, maar de cliënten moeten zelf de beweging maken. Ik doe wat nodig, is zonder dat mijn ego zich erin mengt. Ik houd me in en ben in staat om een client ‘zijn lot te laten dragen’ en dat is iets anders dan ‘aan zijn lot overlaten’. Want ik weet dat de realiteit het meest helend is. Juist in het ‘niet-doen’ kan de beweging bij de client ontstaan. Ik laat bij de client wat van de client is en kijk aan wat van mij is (mocht ik zelf zijn geraakt). Zo blijf ik stevig op mijn plek staan in de fontein en kan ik mijzelf letterlijk en figuurlijk redden. Niet de ander, dat kan ik toch niet. Want de wetmatigheid is: als je iets gaat dragen wat niet van jou is, verzwak je uiteindelijk zowel jezelf als de ander. En als je veel ontvangt, heb je veel om door te geven. Besteed dat alsjeblieft aan mensen en projecten die het nodig hebben. Hoe de fontein doorwerkt in allerlei facetten van je leven kun je lezen in mijn tweede boek De fontein, maak wijze keuzes. En zoals Marcus Aurelius zegt: Doe het goede, het overige is niet belangrijk.